20201102_101353%20(1)_edited.jpg

KINDERGEDICHTEN

 

DUIMEN

de grote mensen doen

babbel babbel en sabbel sabbel

doet de duim in mijn mond


mijn vinger krult om ’n lokje

kleine rondjes, draai draai

hé daar springt Poes zo maar bij me

aai, poesje, aai

  

roetsj! over je rug als van een glijbaan

geef me maar een kopjekop

ja, jij kan spinnen en ik duimen

oeps! ik lust geen duim met haar erop

TANDENPOETSEN

dag kindje in de spiegel

met je boze gezicht

dag kindje in de spiegel            

met je mond stijf dicht


wil jij je tanden niet poetsen?

mondje open, zeg eens a

ja kindje in de spiegel, doe maar na


poets poets poets

op de borstel bijten en weer los,  dat voelt raar

tandjes boven en tandjes onder

poets poets poets, nu is het klaar!


spoelen: wangen vol, bol plat bol plat

en...klets! kindje lacht

mama pakt me op, de spiegel is kletsnat


dag kindje in de spiegel

met je schone tanden en je stoute lach

dag kindje in de spiegel

ik ga, tot morgen, dag!

VANDAAG

ik verander continu
gisteren was ik morgen
morgen ben ik gisteren
toch leef ik in het nu