top of page

KINDERGEDICHTEN

DUIMEN

De grote mensen doen

babbel babbel en sabbel sabbel

doet de duim in mijn mond.

 

Mijn vinger krult om ’n lokje,

kleine rondjes, draai draai,

hé, daar springt Poes zo maar bij me.

Aai, poesje, aai.

  

Roetsj! over je rug als van een glijbaan.

Geef me maar een kopjekop,

ja, jij kan spinnen en ik duimen,

oeps! ik lust geen duim met haar erop.

​

GROEN

Als jij mij nu

hier in de schaduw, in het park

op dit droge, kriebelige gras,

dan zou ik,

dan zou ik zonder overdrijven

alle sprietjes omhelzen

en glimmen als de vijver.

 

Als jij mij nu,

hier in de luwte, in de stad,

op deze plakkerige dag,

dan zou ik,

dan zou ik voor even altijd

tollen als de aardbol

en alle wespen ijsjes geven.

 

Als jij mij, zoals ik jou,

dan was, dan zou,

dan zou ons stukje gras

het allergroenste zijn.

bottom of page