20201102_093841_edited_edited_edited.jpg

GEDICHTEN

 

LIFT

Langs de snelweg van september

zag ik je staan. LIEFDE stond er

met koeienletters op je stuk karton

en je lange, natte haren flapperden

alle richtingen uit.

Ik stopte

jij stapte in.

Hoever kan ik met je mee? vroeg je

en ik rook je koude wangen.

Zover je wilt, zei ik

ik moet toch die kant op.

Winnaar ILFU verhalenwedstrijd 2021 in de categorie 'Poëzie'.

SOUTH STACK, ANGLESEY

We waren een moment

dat niet heeft stilgestaan
maar zich als licht bewaren liet.
 
Kijk, de mensen op die rots in de verte zitten er nog,
de roze bergtijm bloeit en in dat landschap lopen wij

voor altijd richting glinstering

op een eindeloos voorbije zee.
 
Onze oudste wijst

naar de vuurtoren beneden,  
de jongste stapt aan de hand

voorzichtig van een trede.
 
We waren een moment

dat niet anders dan voorbij kon gaan
en zich in een lijst ophangen liet.

Tweede plaats Gopher poëziewedstrijd.

Gepubliceerd in 'Buiten onze gedachten is geen tijd', 2021. 

DESCARTES VARIATIES

Ik weeg de lucht

de duinen kleurloos bijna

geen spoor van mij

ik denk dat ik niet besta.


Elke stap die ik zet is de zijne

alsof hij me draagt, we weer samen

ik denk aan hem, dus hij bestaat.

  

Ik pluk de bramen.

Jam zal ik voor hem maken, alsnog

en als hij ergens aan mij denkt

besta ik toch.


Gepubliceerd in 'De grootste intimiteit is het zwijgen', 2020.

FORT

De zee ligt er plat bij en jij

ligt nat op je buik in de blakende zon. De kom

van je rug is mijn kussen en de kinderen

graven geulen om ons heen.


Zo liggen we,

ik weet niet hoe lang.

Het hete zand gloeit door het kleedje.


Het fort moet groter,

hoor ik de jongste commanderen.  

Hij heeft gelijk, als er iets verdedigd moet

is het dit geluk.

AFRONDEN

We moeten afronden, zeg je

en ja, de oude cirkels waarin we praten

raken niet meer rond.


In lange rechte lijnen trekken je woorden van punt naar punt

even eenzaam en evenwijdig aan de mijne.


Als één van ons, als we beiden konden

buigen, dan konden de lijnen, konden we misschien

zoals onze lijven eens, elkaar in het oneindige snijden.   

GROEN

Als jij mij nu

hier in de schaduw, in het park

op dit droge, kriebelige gras

dan zou ik

dan zou ik zonder overdrijven

alle sprietjes omhelzen

en glimmen als de vijver.


Als jij mij nu

hier in de luwte, in de stad

op deze plakkerige dag

dan zou ik

dan zou ik voor even altijd

tollen als de aardbol

en alle wespen ijsjes geven.


Als jij mij

zoals ik jou

dan was, dan zou

dan zou ons stukje gras

het allergroenste zijn.

WAK

Je zit weer voor je uit te staren

gissen kan ik

uitglijden op je bevroren blauwe ogen

waarin een laagje water welt.


Ach, had ik maar een hengel

om uit het wak

uit ‘t diepst pupillenzwart

te vissen

wat je niet vertelt.

YOU ARE NOW ENTERING YOUR COMFORT ZONE

Zolang je lichaam zakt
beslaan gedachten,
hang je terug in je begin.
  
Online begrafenissen bestaan niet.
 
Je draait de kraan warmer, verder. Sust jezelf

dat de tijd dat we hierop terug zullen kijken komt, 

maar wat komt heeft geen klok alleen een ruimte.
 
Het water staat aan je lippen, je oren staan op een kier.

Je hoort je kinderen klieren, op de badkamerdeur

geen do not disturb.
 
Dus hang je zolang het kan
zo dicht mogelijk

terug in je begin.

MUTE

Daar lig ik, leeggedrukt. 

Om me heen tumult, maar geen volume.

TL-licht spettert, een vacuüm klettert

en de trouwring van lichtjaren terug tikt

stil.

Verschrikt til ik mijn hoofd op,

ergens in de ruimte hangen mijn benen,

ergens in de ruimte hangt mijn kind.


Tussen blauwe latexvingers

bungelen paarse armpjes beentjes

-alles erop en eraan-

eronder een telefoondraad

afgeknipt.


Een wee wringt in mijn keel,

de naam ontglipt, wil geschreeuwd-geroepen-gesproken.

Ergens in de ruimte hangt een kiestoon,

is de lijn verbroken?


Zolang ik geen huilen hoor, staat elk geluid uit.

NU HET ZINDERT

zie ik opnieuw hoe ze zich door mij bemind

met haar haar omhoog

verkoelde in de ventilatorwind.


Haar blote hals reikte uit

en ik keek

hoe een druppeltje

 zweet

  vanaf haar oor

   langs de

    lange

      pees

       naar

        beneden

          gleed

            loom 

              als regen

                 langs

                   een gladde

                     boom

                      helemaal

                       tot in

                       de holte

                       achter

                       haar sleutelbeen

                      en daar

                     ver

                   dween

                 .

Gepubliceerd in 'De grootste intimiteit is het zwijgen', 2020.

ZELFSCANNER

Het supermarktpoortje zwaait open

als de arm die me al had verwacht.


Het winkelwagenzitje klapt uit

voor het kind dat ik niet volbracht


en terwijl ik met de zelfscanner streepjes lees

ontpopt zich op de display

een echo in zwart-wit

van rul gehakt

en bonussen

en dan daar ergens tussen

een hartje dat klopt.


Ja, zomaar ineens

tussen boodschappen

en rood laserlicht

klopt het hartje

van een ongeboren

gedicht.