TAMARA DE RIJK

GEDICHTEN
DE GEUR VAN WARME MELK
Wit brood van vroeger,
scheur het in stukken, scheur
van de korsten, het zacht en het wit.
Doop in de dagen, doop in de nacht.
Doop het en doop het en duik de tunnel
vol melk in. Je zwemt er in stuwing,
in heimwee die klopt.
Trek recht dan, het bed van de vader
die trekt aan zijn sonde, die zegt
als het stopt, aan zijn zoon, als het stopt.
Kom, laat de vader nu zuigen,
het vocht uit de korst, proef de stem
van de moeder, de honing, de kruik.
Klop de melk en de kussens. Strijk
de wang en de nacht. Doop de vader,
de moeder. Sterf het wit en het zacht.
Winnaar Editio Debutantenwedstrijd 2026, categorie Poëzie
VERZIEND
Het is alsof we lezen zonder leesbril:
we houden de woorden steeds verder van ons af
zonder ze nog scherp te krijgen.
Misschien is het iets van vroeger
waar we niet bijkomen,
hebben we te lang, te dicht
of is het een gebrek aan licht.
De ramen moeten ook gewassen,
sowieso kan het geen kwaad wat minder
te praten.
Er zit veel genade in een in heet water gedrenkte spons,
in een trekker waarmee we alles
van boven naar beneden schoonwissen,
zónder strepen na te laten.
Gepubliceerd in Het Gezeefde gedicht, dec 2024
LIFT
Langs de snelweg van september
zag ik je staan. LIEFDE stond er
met koeienletters op je stuk karton
en je lange, natte haren flapperden
alle richtingen uit.
Ik stopte
jij stapte in.
Hoever kan ik met je mee? vroeg je
en ik rook je koude wangen.
Zover je wilt, zei ik
ik moet toch die kant op.